Valbeveiliging en wetgeving

Is valbeveiliging verplicht volgens onze wetgeving? Met zulke harde woorden staat het niet in de wetgeving. Wat wel verplicht is, is veilig werken.

Werkgevers en opdrachtgevers zijn samen verantwoordelijk voor de veiligheid van medewerkers die op hoogte werken. Een gebouweigenaar is bij onverhoopte incidenten aansprakelijk als hij niet zorgt voor een veilige (werk)omgeving. Als er bijvoorbeeld geen borstwering van 1 meter hoog aanwezig is, die bescherming tegen valgevaar biedt, dan kan het toepassen van valbeveiliging uitkomst bieden. Dit vraagt om slimme voorbereiding, vakkundige installatie en tijdige inspecties en onderhoud. Daarnaast is het essentieel om medewerkers te trainen.

Maar de wetgeving staat bekend om zijn langdradige zinnen, waarbij verschillende besluiten en normen om de hoek komen kijken. Zo bestaat er de Arbeidsomstandighedenwet en het Burgerlijk Wetboek, maar ook het Bouwbesluit en het Arbeidsomstandighedenbesluit, ook wel het Arbobesluit genoemd. Deze wet- en regelgeving is in het leven geroepen om de (werk)omstandigheden voor medewerkers veiliger te maken.

Hieronder belichten wij veelvoorkomende onderwerpen en halen wij de wetgeving aan.

Valbeveiliging verplicht bij 2,5 meter hoogte

Bij werkzaamheden vanaf 2,5 meter hoogte is valbeveiliging verplicht. Maar als er risicoverhogende omstandigheden bij werkzaamheden lager dan 2,5 meter zijn, dan dient hier ook valbeveiliging te worden aangebracht. Denk aan werken boven water, wegen of machines, of bij sparingen in vloeren. Of bij het werken met risicovolle gereedschappen zoals messen of machines.

Arbeidsomstandighedenbesluit 3.16 valgevaar: Er is in elk geval sprake van valgevaar bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden, openingen in vloeren, of als het gevaar bestaat om 2,5 meter of meer te vallen.

Veilige zone 4 meter

Op een plat dak kan er in de veilige zone worden gewerkt, zonder het toepassen van valbeveiliging. Hiervoor moet de afstand tussen de dakrand of een niet doorvalveilige lichtkoepel of lichtstraat en de werklocatie tenminste 4 meter zijn, waarbij er een duidelijke markering is aangebracht. Dit kan door middel van een looppad of met andere signalering zoal als pictogrammen of contrasterende stroken dakbedekking.

Looppad aangelegd met Roofwalkers

Borstwering

Hoe hoog moet een borstwering zijn? Hier bestaat verwarring over. Dit komt door het verschil in regelgeving in het Bouwbesluit vóór 2003, het Bouwbesluit na 2003 en het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Vóór 2003
Vóór 2003 was het volgens het Bouwbesluit verplicht om op hoogte een borstwering te maken van minimaal 90 cm. Dit is voor personen die zich op hoogte bevinden en langs een balustrade moeten lopen. De balustrade dient dan minimaal 90 cm te zijn.

Echter, in de Arbeidsomstandighedenwet staat dat als een medewerker op hoogte moet werken, er een borstwering nodig is van 1 meter. Deze twee regels stroken dus niet met elkaar, waardoor werknemers op werklocaties terecht komen met borstweringen van 90 cm, terwijl dit eigenlijk niet mag volgens de Arbeidsomstandighedenwet.

Gelukkig is dit na 2003 in het Bouwbesluit aangepast naar 1 meter. Bij nieuw te bouwen panden wordt hier dan ook op geanticipeerd. Bij bestaande gebouwen vraagt een te lage borstwering aanvullende veiligheidsmaatregelen.

Hoogte van 13 meter
Er is nog wat anders aan de hand, want als er een borstwering toegepast wordt op een gebouw van 13 meter of hoger, dan gelden andere regels. Mocht er een borstwering op 13 meter of hoger gerealiseerd worden, dan is volgens het Bouwbesluit van na 2003 een hoogte van 1,20 meter verplicht. Volgens de Arbeidsomstandighedenwet geldt nog steeds dezelfde regel van 1 meter.

Aan welke regel houdt u zich?

Het is belangrijk om te kijken naar wat het doeleinde is van uw dakoppervlak. Dit kunt u goed inzichtelijk maken met een Risico Inventarisatie & Evaluatie.

 

Lees meer Risico Inventarisatie & Evaluatie

Arbeidsomstandighedenbesluit 3.16 valgevaar: Hekwerken en leuningen worden als doelmatig aangemerkt indien zij tenminste tot 1 meter boven het werkvlak beveiliging bieden tegen vallen, dan wel voldoen aan het voor vloerafscheiding bepaalde bij of krachtens het Bouwbesluit 2012.

Bouwbesluit Artikel 2.18 Hoogte na 2003: De algemene eis voor de minimale hoogte van een vereiste vloerafscheiding bedraagt krachtens het eerste lid 1 m. Bij een hoogteverschil tussen een vloer en een aangrenzende vloer, terrein of water van meer dan 13 m is op grond van het tweede lid een vloerafscheiding met een hoogte van ten minste 1,2 m voorgeschreven. Lees hier meer.

Collectieve valbeveiliging

De Arbobesluit gaat ervan uit dat de verantwoordelijke als eerste collectieve valbeveiliging aanbiedt. Zeker als er geen borstwering van voldoende hoogte aanwezig is. Dit is van toegevoegde waarde bij projecten van lange duur of bij werkzaamheden die vaak plaatsvinden. Denk aan nieuwbouwprojecten, langdurig onderhoud of renovatie.

Dakrandbeveiliging
Een voorbeeld van collectieve valbeveiliging is dakrandbeveiliging, ook wel hekwerk genoemd. Dakrandbeveiliging is een collectieve oplossing, die blootstelling aan valgevaar voorkomt. Een oplossing die ook werkt voor mensen die niet specifiek zijn opgeleid voor veilig werken op hoogte. Dakrandbeveiliging is tijdelijk of permanent te bevestigen.

Arbeidsomstandighedenbesluit 3.16 valgevaar: Bij het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat is zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aangebracht of is het gevaar tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere dergelijke voorzieningen. 

Indien de in het eerste lid genoemde voorzieningen niet of slechts ten dele kunnen worden aangebracht of indien het aanbrengen of wegnemen daarvan grotere gevaren meebrengt dan de arbeid ter beveiliging waarvan zij zouden moeten dienen, zijn ter voorkoming van het gevaar voldoende sterke en voldoende grote vangnetten op doelmatige plaatsen en wijze aangebracht of worden doelmatige veiligheidsgordels met vanglijnen van voldoende sterkte gebruikt dan wel worden andere technische middelen toegepast, die ten minste een zelfde mate van beveiliging van de in het eerste lid bedoelde arbeid geven. Daarbij hebben maatregelen gericht op collectieve bescherming de voorrang boven maatregelen gericht op individuele bescherming.

Wel moet hierbij rekening worden gehouden met de duur van de te verrichten werkzaamheden op hoogte. Bij kleinschalige werkzaamheden is collectieve valbeveiliging niet altijd effectief en kan individuele valbeveiliging worden gebruikt.

Individuele valbeveiliging

Er zijn werkplekken op hoger gelegen locaties waarbij permanente of tijdelijke collectieve valbeveiliging aanbrengen niet haalbaar is. Hiervoor zijn andere oplossingen te bedenken zoals individuele valbeveiliging. Denk hierbij aan een kabelsysteem met ankerpunten en het gebruik van PBM.

Kabelsysteem met ankerpunten - valbeveiliging

Een PBM-set voor werken op hoogte bestaat uit onder andere: een harnas, valblok, werklijn en een loopwagen. Er is veel keuze in bijvoorbeeld harnassen.

We kunnen stellen dat een harnas één van de belangrijkste onderdelen is van valbeveiliging. Een harnasgordel, bevestigd aan een veiligheidslijn of een ander PBM, moet het lichaam opvangen zodra een persoon valt. De krachten moeten worden verdeeld om te zorgen dat het lichaam de impact van de val kan weerstaan.

Een harnasgordel trekt men aan, waarbij er een veiligheidslijn aan wordt bevestigd. Met het uiteinde van de lijn, het verbindingsmiddel, wordt middels een loopwagen de werknemer aan een kabelsysteem vastgemaakt. De voorkeur gaat hierbij uit om volgens de fall restraint methode te werken. De veiligheidslijn wordt zo kort ingesteld dat een werknemer niet over een rand valt.

Omdat iemand zijn leeflijn verkeerd zou kunnen instellen, blijft valgevaar hierbij bestaan. Het is dus zaak dat een val wordt gestopt als iemand valt. Hierbij kan er een valdemper worden gebruikt in de vallijn en de lijn moet sharp-edge getest zijn. De werklijn breekt dan niet bij een scherpe rand tijdens een val.

Trappen & Ladders

Om veilig en verantwoord verschillende dakniveaus te bereiken, heeft u klimmateriaal nodig. Zoals kooiladders, vaste gevelladders, mobiele ladders of simpelweg een trap.

Werkbordes

Bij het ontwerp voor valbeveiliging moet rekening worden gehouden met allerlei praktische zaken. Bijvoorbeeld hoe vaak er op hoogte gewerkt wordt en of er gereedschap meegenomen wordt. Zo kan er goed bekeken worden of trappen, ladders, opstapjes of toegangsplatforms nodig zijn.

Arbeidsomstandighedenbesluit 3.16 valgevaar: Ladders en trappen worden zodanig geplaatst dat bij gebruik hun stabiliteit altijd is gewaarborgd. In ieder geval worden hiertoe de volgende, zo nodig gecombineerde, maatregelen genomen: de steunpunten van draagbare ladders en trappen rusten op een stabiele, stevige en onbeweeglijke ondergrond van voldoende omvang, zodat de sporten horizontaal blijven, door een van de volgende, zo nodig gecombineerde, maatregelen: 1°.het vastzetten van boven- of onderkant van de ladderbomen; 2°.een adequate antislipinrichting; of 3°.een andere, even doeltreffende maatregel; b. toegangsladders steken tenminste 1 meter uit boven het toegangsniveau, tenzij andere voorzieningen een veilig houvast mogelijk maken; c. verrolbare ladders en trappen worden vastgezet voordat zij worden betreden; of d. hangladders worden stevig vastgemaakt en, met uitzondering van touwladders, zodanig dat zij niet kunnen verschuiven en dat heen en weer zwaaien wordt vermeden. 

Bij gebruik van ladders en trappen hebben werknemers altijd veilige steun en houvast. In ieder geval worden hiertoe de volgende, zo nodig gecombineerde, maatregelen genomen: a. het met de hand dragen van lasten op een ladder of een trap mag in geen geval een veilig houvast belemmeren; b. hangladders worden stevig vastgemaakt en, met uitzondering van touwladders, zodanig dat zij niet kunnen verschuiven en dat heen en weer zwaaien wordt vermeden; of c. de verschillende delen van meerdelige ladders en schuifladders verschuiven niet ten opzichte van elkaar tijdens gebruik. 

Markering & Signalering

Markeringen en signaleringen geven aan waar je je veilig kunt begeven en waar niet. Op deze manier draagt markering en signalering bij aan een beter veiligheidsbewustzijn bij iedereen die op hoogte werkt. Dit kan bijvoorbeeld door het inzetten van een D-Marc afbakeningssysteem, kunststof afbakeningssysteem, pictogrammen of borden. Als de werkplek zich op meer dan 4 meter van de dakrand bevindt, dus in de veilige zone, dan is een duidelijke markering voldoende. Markeren is niet nodig als er een doelmatige dakrandbeveiliging aanwezig is of als er een fysieke afzetting is, met een hoogte van 1 meter op 2 meter afstand van de dakrand.

Arbeidsomstandighedenbesluit 3.15 Markering gevaarlijke plaatsen: De plaatsen waar door de aard van het werk gevaar, met inbegrip van valgevaar of gevaar voor vallende voorwerpen voorkomt of waar obstakels die niet verwijderd kunnen worden een gevaar voor de veiligheid vormen bij het verplaatsen van voertuigen of personen, worden duidelijk gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde. Alleen werknemers die beroepshalve of uit hoofde van hun functie de in het eerste lid bedoelde plaatsen moeten betreden, worden daar toegelaten.

Vragen? Neem gerust contact op!

Eurosafe Solutions

Eurosafe Solutions

Telefoon: +31 (0)38 467 19 10 E-mail: info@eurosafesolutions.nl